top of page
Zoeken

Verdrinken 16/04/2026


Soms overvalt het me. Een overduidelijk aanvoelen van aanwezig te zijn in een veld van stilte ondanks het lawaai van de wereld. Misschien is de bewoording fout. Aanwezig zijn in een veld zou nog inhouden dat er een scheiding bestaat tussen mezelf en dat veld. Het is eerder een ervaring van “ophouden te bestaan” en toch te zijn. Een waarneming die plots alom is, die overblijft nadat iets anders stopt.


Dit stoppen is een sleutel naar dit bijzondere moment. Stoppen met wat? Wat doe ik waardoor de ervaring soms weg is en de onrust in mezelf opbouwt? Niet in dit zijn moment voelt als een gekte. Een maalstroom die me opjaagt en verder en verder brengt van dit punt waar ik zo graag ben.


Ik hou ervan om er te zijn. Een perfectie maar dan niet als resultaat van kwantiteit. Het voelt natuurlijk. Niets ontbreekt. Alles met betrekking tot de wereld is dan irrelevant. Alsof de realiteit plots transparant wordt. Een scherm, een spel, een projectie. Dan vraag ik me af hoe het komt dat ik hier zoveel “niet ben”. Dat ik me laat wegvoeren van dit zijn. Het is nochtans zo evident en zoveel meer dan voldoende. Waarom zou ik ooit voor iets anders gaan?


Wat me van deze plaats wegbrengt lijkt op verstrooiing. Een tijdelijke waanzin die me uiteindelijk op de klippen laat lopen. Als een pendel. Stormen van eigen makelij op zoek naar hun einde. Tot ik het begrepen heb gaat dit door, denk ik.


Ik vraag me af of dit ritme het leven zelf is. Hoort dit erbij? Dit in en uit dit moment glijden? Blijft dit doorgaan of stopt het eens. Worden de rustpunten meer en meer tot de pendel stil staat?


Tot ik deze plek blijvend beleef. Of gewoon geen energie meer heb om een nieuwe storm te bouwen. Ik weet dat dit raar klinkt. Als een vorm van dissociatie en onverschilligheid, passiviteit. Maar zo beleef ik dit niet. In tegendeel. Het voelt het als de puurste participatie. Alleen ben ik hier niet langer de dirigent van wat gebeurt. Die dirigent in mezelf die me wegvoert van dit zijn. Het zo diep ingebouwde idee dat hij iets moet aanpakken om ergens te geraken. Dat hij verantwoordelijk is, hoe vermoeid ook. Maar op dit moment weet ik wel beter. Hier hoor ik muziek die de zijne niet is.


Hij heeft zijn laatste hand gespeeld. Zijn illusies gevolgd gelovend dat het doel er bijna was. Maar hij kan het niet waarmaken. Je kan maar zolang tegen stroom zwemmen. Ooit stopt het en dan neemt de stroom je mee. Eerst voelt het als verdrinken. Tot je merkt dat dat stroom je draagt. Dan voel je die rust. Dit is het moment. Dan drijf ik naar waar het ook mag zijn. Al mijn pogingen om niet te verdrinken waren onnodig. Eindelijk ademen. Daar droom ik veel van. Die stroom. Nooit meer vergeten dat ik drijf.




 
 
 

Opmerkingen


bottom of page